
26 jaar later lieten we zijn as los
26 jaar later lieten we zijn as los
Vandaag hebben Dirk en ik de as van onze zoon uitgestrooid.
Irvan werd geboren op 4 januari 2000.
Op 27 april 2000 overleed hij.
Nog geen vier maanden oud. Nog geen honderd dagen op deze aarde.
In vier maanden tijd gingen we van immense vreugde naar een verdriet waarvan ik daarvoor niet wist dat een mens het kon voelen.
In mei werd hij gecremeerd. De hele familie was er. Opa's en oma's, broers en zussen, ooms, tantes, neven en nichten. En daarnaast zoveel andere mensen dat de zaal van het crematorium te klein was.
Ze hadden daar nog nooit meegemaakt dat er zoveel mensen kwamen voor de crematie van een baby van vier maanden.
Natuurlijk kwamen al die mensen niet alleen voor Irvan. Ze kwamen ook voor ons. Voor Dirk en mij. Voor onze dochter Mabel, die toen drie jaar was. Ze kwamen omdat ons verdriet ook iets met hen deed.
Want verlies raakt nooit maar één persoon.
Wat geef je betekenis?
In de maanden na zijn overlijden ben ik anders naar zijn korte leven gaan kijken.
Ik ben gaan geloven dat Irvan hier in de eerste plaats voor zichzelf is geweest. Dat zijn ziel deze korte ervaring blijkbaar nog nodig had.
En tegelijkertijd was hij hier voor iedereen die hij geraakt heeft.
Voor ons.
Voor zijn grootouders.
Voor onze broers en zussen.
Voor zijn zus.
Voor de mensen die dichtbij ons stonden.
Niet in de betekenis dat hij moest overlijden om ons iets te leren. Die gedachte voelt voor mij niet goed.
Maar als iets eenmaal gebeurd is, ontstaat er wel een andere vraag:
Wat doe je ermee?
Welke betekenis krijgt het in jouw leven?
We leerden op een manier die we niemand zouden aanraden dat het leven niet vanzelfsprekend is.
Dat “later” geen garantie is.
Dat je iets soms gewoon moet doen omdat je het wilt hebben gedaan.
Dirk ging uit loondienst en werd zelfstandige. Niet omdat we ineens een perfect levensplan hadden, maar omdat het leven ons keihard had laten voelen dat je niet eindeloos hoeft te wachten.
Zo veranderden meer dingen.
Soms groot.
Soms bijna onzichtbaar.
Irvan was nog geen honderd dagen bij ons, maar zijn bestaan heeft zich door de rest van ons leven heen bewogen.
En toen kwam Loran
Bijna een jaar later, op 11 april 2001, werd onze tweede zoon en ons derde kind geboren.
11 04 2001.
Ik blijf die cijfers mooi vinden.
We noemden hem Loran. Hij is de enige van onze kinderen die naar iemand is vernoemd. Zijn derde naam verwijst naar zijn oudere broer.
Want een tweede Irvan kon voor ons natuurlijk niet.
Irvan was Irvan.
Loran was Loran.
En die kleine jongen heeft ons iets teruggebracht waarvan ik een tijdlang niet wist of het ooit weer vanzelfsprekend zou voelen.
Geluk.
Hij leerde ons opnieuw lachen zonder dat daar onmiddellijk schuld achteraan kwam. Opnieuw genieten. Opnieuw vertrouwen op het leven.
Toen later onze vierde, Yardo, kwam, voelde die zwangerschap anders. Zonder de lading die bij de zwangerschap van Loran nog overal aanwezig was.
En wanneer ik ernaar kijk vanuit familieopstellingen, horen ook de twee zwangerschappen die in een miskraam eindigden bij ons systeem.
Dan hebben Dirk en ik eigenlijk zes kinderen.
Niet ieder kind heeft dezelfde tijd bij ons gekregen.
Maar ieder kind heeft een plek.
En toen bleef die as
De as van Irvan hebben we bewaard.
Ruim 26 jaar.
Niet omdat we iedere dag naar die urn keken. Integendeel. Ik heb er waarschijnlijk 26 jaar nauwelijks naar gekeken.
Hij was er gewoon.
In ons huis.
Ergens heb ik door de jaren heen vaak tegen onze kinderen gezegd:
“Als ik doodga en die as is er dan nog, doe maar een beetje bij mij in de kist.”
Want ik wilde niet dat zij er ooit mee zouden blijven zitten.
Ja, het is hun broer.
Maar alleen Mabel heeft hem werkelijk gekend.
Ik wilde niet dat iets wat van ons was, ooit als een verantwoordelijkheid bij hen terecht zou komen.
En toch deden Dirk en ik zelf 26 jaar lang niets met die as.
Misschien hoefde dat ook niet.
Misschien was de tijd gewoon nog niet gekomen.
Vandaag wel
Vandaag waren we op het landgoed van Dirks broer in Frankrijk.
En vandaag hebben we hem uitgestrooid.
Onze Irvan.
Het was emotioneel.
Natuurlijk was het emotioneel.
Er waren tranen om wat er niet meer is.
Om het jongetje dat nooit ouder werd dan bijna vier maanden.
Om alles wat hij niet heeft meegemaakt.
En tegelijkertijd voelde ik iets anders.
Want Irvan zit al 26,5 jaar niet in die as.
Hij zit in ons.
In ons verhaal.
In onze keuzes.
In zijn zus.
In zijn broers.
In wie Dirk en ik geworden zijn.
Die as stond al die jaren in ons huis, maar Irvan woonde daar allang niet meer.
Vandaag hebben we dus misschien niet hém losgelaten.
We hebben iets losgelaten wat we al die tijd met hem verbonden hadden.
En dat is iets anders.
Loslaten is niet vergeten
Soms denken we dat loslaten betekent dat iets minder belangrijk wordt.
Dat je afstand doet.
Dat je vergeet.
Maar misschien betekent loslaten juist dat je niet langer iets fysieks nodig hebt om vast te houden wat allang onderdeel van je is geworden.
Vandaag stonden Dirk en ik samen weer even heel bewust stil bij onze zoon.
We huilden om wat er niet is.
En waren dankbaar om wat er wél is geweest.
Nog geen honderd dagen.
En toch een heel leven lang invloed.
Dat is misschien wat betekenis geven voor mij betekent.
Niet doen alsof verdriet mooi is.
Niet zeggen dat alles met een reden gebeurt.
Niet proberen iets verschrikkelijks achteraf positief te maken.
Maar erkennen:
dit is gebeurd.
Dit heeft mij geraakt.
Dit heeft mij veranderd.
En ik mag zelf bepalen welke plek het vandaag in mijn leven krijgt.
Vandaag gaven we zijn as terug aan de aarde.
Zijn plek in ons blijft precies waar hij altijd al was.
In ons hart.
En vandaag, 26 jaar later, stonden Dirk en ik gewoon even weer samen bij hem stil.
Onze zoon.
Onze Irvan.
4 januari 2000, 27 april 2000.
Nog geen honderd dagen hier.
Voor altijd onderdeel van ons.



